vrijdag 3 juni 2011

Baaldag

Soms heb je van die dagen, alles zit je tegen. Nou, vandaag had ik zo’n dag. Ik had een vrij dagje, het was immers Hemelvaartdag. Eindelijk weer eens uitslapen, dacht ik, totdat mijn buren om 8 uur ‘s ochtends het idee kregen een gigantische drilboor aan te zetten. “Ik hou ook van jullie!”, schreeuwde ik, maar volgens mij hoorden ze mijn stille hint niet, ze gingen namelijk vrolijk verder met mijn dag verzieken. Vervolgens ga ik naar beneden, om wat te eten, ik krijg blijkbaar honger van irritaties. Ik doe de voorraadkast open en zie tot mijn nog grotere ergernis dat de pindakaas op is. “Waarom staat die kast altijd bomvol met eten, drinken en weet ik veel wat nog meer, maar staat er nooit iets wat ik nodig heb?”, denk ik bij mezelf. Terwijl ik dit denk, merk ik ineens op dat de buren zijn gestopt met boren. Misschien hou ik toch nog wel een beetje van ze. Ik ren naar mijn bed (zo snel ben ik volgens mij nog nooit geweest), en duik erin alsof het een zwembad is waar een miljoen euro op de bodem voor het rapen ligt. Maar ik wist het, dit moment was te mooi om waar te zijn. De baby van de andere buren is ook chagrijnig geworden van de drilboor en krijst het uit. “Oké, oké. Het is duidelijk, de rust wordt me niet gegund.”, zeg ik tegen mezelf. Ik probeer het glas maar even halfvol te zien en bedenk me er een lekker productief dagje van te maken (voor zover dat nog mogelijk is). Ik stap weer uit bed, om me aan te kleden. Ik kies voor een trainingspak, vandaag kan het me allemaal geen hol schelen. Ik wil op de fiets stappen, maar ik zie het al wel weer, mijn band is voor de driemiljoenste keer leeg. Moet ik ook nog gaan pompen. Ik bedenk me dat ik positief moet blijven en pomp mijn band vol goede moed op. Ik fiets de straat uit, en hoor ineens een raar geluid. Ja, hoor… Ik weet dat ik van mijn moeder niet met God mag schelden, maar ik heb er zoveel zin in dat ik het gewoon doe. “GODVERDOMME!”, klinkt er door de hele straat. Op dat moment komt de hottie van de school langsfietsen. Ik kon wel 5 km door de grond zakken. In mijn charmantste outfit en met mijn nette taalgebruik probeer ik mijn gezicht te bedekken. Op dat moment hoor ik een mysterieuze stem mij aanspreken: “Is je band lek? Ik kan je wel naar huis brengen?” Ik draai me vol enthousiasme om en zie dat er een oud mannetje die minimaal uit het stenen tijdperk stamt, voor me staat. Ik dacht dat deze dag niet erger kon…

Geen opmerkingen:

Een reactie posten